Meest gestelde vragen

1. Is daltononderwijs geschikt voor elk kind?
In principe is daltononderwijs geschikt voor elk kind. Ook voor de kinderen die nog niet zo zelfstandig kunnen werken. Zij worden begeleid tijdens het zelfstandig werken, zodat ze de taken die vermeld staan in de weektaak op tijd af hebben. Een aantal kinderen werkt met een dagtaak. Deze is gemakkelijker te overzien dan een weektaak.

2. Kan een kind dat niet op een daltonschool gezeten heeft, instromen op een daltonschool?
Ja, dit kan. Natuurlijk houden wij er rekening mee dat nieuwe leerlingen vaak niet gewend zijn om te werken met een weektaak, te overleggen met een maatje, enz. Voor nieuwe leerlingen komt er een geleidelijke opbouw in het werken aan een weektaak. Onze ervaring is dat de meeste leerlingen er snel aan gewend zijn en het erg plezierig vinden.

3. Wat is de meerwaarde van daltononderwijs en waarin onderscheidt een daltonschool zich van een reguliere basisschool?
Bij de kernwaarden van het daltononderwijs horen vaardigheden die in de maatschappij van groot belang zijn. Op een daltonschool wordt dagelijks aan deze vaardigheden gewerkt.
Naast het werken aan deze doorgaande ontwikkelingslijnen draagt het team een gezamenlijke pedagogische daltonvisie uit. Op het gebied van visie en middelen is er een zichtbare doorgaande lijn in de school. Bij een bezoek aan de klassen, zult u overal dezelfde elementen en manier van werken terugzien. Wij vinden dit een grote kracht van onze school. Het biedt de kinderen veel structuur, waardoor er binnen herkenbare kaders goed gewerkt kan worden. De afspraken en regels zijn duidelijk, hierdoor is er rust in de school.
Ook laat een daltonschool zich elke vijf jaar vrijwillig beoordelen door een onafhankelijke organisatie (Nederlandse Dalton Vereniging).

4. Hoe weet je of een kind extra begeleiding nodig heeft?
Op verschillende manieren merkt de leerkracht of een kind extra begeleiding nodig heeft:
- Bij het nakijken van de verwerking of het analyseren van de gegeven in Snappet merkt de leerkracht dat de aangeboden leerstof niet begrepen wordt. Deze leerlingen krijgen extra instructie.
- De taken die op de weektaak vermeld staan worden nagekeken door de leerlingen. Als een leerling veel fouten heeft meldt hij dit bij de leerkracht of de leerkracht bemerkt dit zelf, als hij de weektaak bekijkt. Deze leerlingen krijgen extra uitleg en de niet-begrepen stof wordt nogmaals geoefend met andere opdrachten.
- Twee keer per jaar krijgen de leerlingen Cito-toetsen over diverse vakgebieden. De uitslag wordt vergeleken met het landelijk niveau. Een leerling die onvoldoende scoort, krijgt gedurende een aantal weken een hulpplan om de niet-begrepen stof nogmaals door te nemen.

5. Hoe wordt extra instructie gegeven?
Dit gebeurt op verschillende manieren:
- Tijdens het zelfstandig werken heeft de groepsleerkracht tijd om leerlingen extra hulp te geven.
- Na de instructie van nieuwe leerstof krijgen leerlingen die de stof nog niet goed begrijpen verlengde instructie. Dit houdt in dat zij extra uitleg krijgen, terwijl de andere leerlingen de nieuwe stof zelfstandig gaan verwerken.
- Extra hulp wordt ook gegeven door leerkrachten die op bepaalde tijden niet voor de klas staan, door de onderwijsassistent, stagiaires en hulpouders. Ook werken we af en toe met tutoren. Dit betekent dat een leerling uit een hogere groep een leerling uit een lagere groep helpt met een klein probleem. Bijvoorbeeld: het oefenen van de kleuren, het oefenen van de tafels, woorden met ou/au, enz.